De aanleiding voor dit onderzoek ligt in het pakket aan btw-regels uit de Europese ViDA-richtlijn (VAT in the Digital Age). In deze richtlijn is bepaald dat vanaf 1 juli 2030 voor B2B-transacties binnen de EU elektronische facturen moeten worden uitgereikt. Daarnaast moeten deze transacties digitaal worden gerapporteerd. Deze verplichting zal gelden voor alle lidstaten en vervangt de huidige opgaven intracommunautaire prestaties.
Naast de verplichte elektronische facturatie zullen ondernemers voor EU-transacties bepaalde gegevens binnen een kort tijdsbestek aan de Belastingdienst moeten rapporteren. De Belastingdienst levert deze gegevens vervolgens weer snel aan in het vernieuwde centrale Europese VAT Information Exchange System (VIES).
Ruimte voor nationale invulling
Voor binnenlandse prestaties biedt de ViDA-richtlijn lidstaten de mogelijkheid om zelf te bepalen of zij ook voor deze transacties vergelijkbare verplichtingen willen invoeren en onder welke voorwaarden.
De voordelen van e-facturatie liggen onder andere in een potentiële structurele kostenbesparing voor het bedrijfsleven. Daarnaast kan digitale rapportage zorgen voor minder fouten, doordat de kwaliteit van fiscale data verbetert en toezicht effectiever wordt ingericht. Tegelijk is de verhouding tussen kosten en baten sterk afhankelijk van de wijze waarop de richtlijn wordt geïmplementeerd.
De implementatie draait daarom niet alleen om de vraag óf e-facturatie en digitale rapportage worden ingevoerd voor binnenlandse prestaties, maar ook wanneer, voor wie en voor welke type transacties. Om dit goed te beoordelen, zijn verschillende belanghebbenden binnen en buiten de overheid betrokken.
Peppol als voorkeursmodel
De kernconclusie van het rapport is dat invoering van e-facturatie en digitale rapportage ook voor binnenlandse transacties op termijn meer voordelen biedt voor alle betrokken partijen en bovendien haalbaar wordt geacht. Daarbij wordt aanbevolen om onder voorwaarden te kiezen voor één uniforme infrastructuur: Peppol.
Concreet betekent dit dat Nederland in nationale regelgeving zou kunnen vastleggen dat ondernemers bij het uitreiken van facturen gebruik maken van Peppol (via een Peppol-dienstverlener). Hierdoor komt de factuur digitaal terecht bij zowel de afnemer als de Belastingdienst.In de praktijk gaat het om het zogenoemde vierhoeksmodel: de leverancier verstuurt de e-factuur via Peppol naar de klant, terwijl op basis van diezelfde datastroom (via een extractie) ook de digitale rapportage aan de Belastingdienst plaatsvindt. Dit model combineert facturatie en rapportage in één handeling, in plaats van twee afzonderlijke processen.
Gefaseerde invoering
Voor de invoering van digitale rapportage bij binnenlandse transacties wordt nadrukkelijk aanbevolen om een ‘big bang’ te voorkomen en te kiezen voor een gefaseerde aanpak.
De voorgestelde tijdlijn is om al vóór 1 juli 2030 te starten met een elektronische facturatieplicht voor binnenlandse B2B-transacties, bijvoorbeeld per 1 januari 2030. Hierdoor kunnen bedrijven alvast ervaring opdoen met e-facturatie voordat de Europese verplichting ingaat.
Vervolgens treedt op 1 juli 2030 de Europese verplichting in werking. Na een overgangsperiode — bijvoorbeeld twee jaar later, rond 2032 — kan de verplichte digitale rapportage voor binnenlandse facturen worden ingevoerd. Op dat moment is het gebruik van e-facturen al ingeburgerd en zijn systemen bij zowel bedrijven als de Belastingdienst grotendeels ingericht.
Aanbevolen standaarden
Om duidelijkheid en efficiëntie te waarborgen, worden de volgende uitgangspunten aanbevolen:
- aansluiting bij de standaard factuurvereisten uit de Europese btw-richtlijn (zonder nationale afwijkingen)
- geen verplichte aanvaarding van e-facturen door de afnemer
- toepassing van de EN16931-norm, met syntax UBL en CII
- gebruik van Peppol voor zowel e-facturatie als digitale rapportage
- duidelijke afbakening van uitzonderingen
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Het kabinet betrekt deze aanbevelingen nadrukkelijk bij de verdere uitwerking. Een brede invoering zal naar verwachting — ondanks initiële implementatiekosten — leiden tot een structurele reductie van administratieve lasten en regeldruk.
Hoewel de wetgeving nog in ontwikkeling is, is de richting duidelijk. E-facturatie en digitale rapportage zullen een centrale rol gaan spelen in de btw-processen. Dit is het moment om te beoordelen hoe jouw processen en systemen hierop aansluiten. Het kabinet verwacht in de zomer van 2026 meer duidelijkheid te geven over de invoering. In het vierde kwartaal van 2026 staat de internetconsultatie van het conceptwetsvoorstel gepland.
Daniëlle van der Meulen-Idema
Sr. VAT & Tax Technology Specialist