Waarom je niet weet of CBAM je €80 of €700 per ton gaat kosten

CBAM is nu echt begonnen. Formeel startte het mechanisme al in Q4 2023, maar vanaf 1 januari moeten importeurs daadwerkelijk betalen voor CO₂-emissies op producten binnen onder andere metaal, aluminium, kunstmest, waterstof, cement en elektriciteit.

De reden is helder. Binnen de EU betalen producenten al voor hun CO₂-uitstoot. De Europese Unie wil voorkomen dat producten van buiten de EU goedkoper blijven omdat daar geen vergelijkbare CO₂-kosten gelden. CBAM zorgt voor een gelijk speelveld.

Voor veel importeurs brengt CBAM echter grote uitdagingen met zich mee. Het bijhouden van importen op regelniveau, gekoppeld aan leveranciers en bijbehorende emissies, is handmatig nauwelijks uitvoerbaar. Zonder automatisering loopt dit snel vast.

Daarbovenop komt een tweede, nog complexere stap: verificatie. Importeurs moeten aantonen dat de door fabrikanten aangeleverde emissiegegevens correct zijn. Dit vereist een monitoringplan, meestal opgesteld met externe ondersteuning. Daarna moeten emissies een volledig jaar worden gemonitord en geverifieerd door een erkende verificateur.

En precies daar ontstaan de grootste knelpunten

Op dit moment zijn er nauwelijks verificateurs beschikbaar. Veel fabrieken weten bovendien niet wat CBAM concreet van hen verwacht. Zelfs wanneer één fabriek wordt geverifieerd, blijft de rest van de keten vaak buiten beeld. Een eindproduct kan meerdere productiestappen hebben doorlopen, bijvoorbeeld via meerdere fabrieken in China en verdere verwerking in India.

Het duurt mogelijk tot 2028 voordat in de hele keten duidelijk wordt dat de uiteindelijke klant aanzienlijk hogere CBAM-kosten betaalt.

Daar komt nog een structureel probleem bij: capaciteit. Zelfs als verificateurs later dit jaar worden aangewezen, is het onrealistisch te verwachten dat zij honderdduizenden fabrieken wereldwijd tijdig kunnen verifiëren. Voor veel importen zullen daarom standaard waarden worden toegepast. En dat? Weet je vaak pas lang nadat je de producten hebt ingevoerd en verkocht.

Dat heeft directe financiële gevolgen

Neem de schroevensector als voorbeeld. Het verschil tussen standaard waarden en daadwerkelijke emissiewaarden kan oplopen van €80 naar €500 per ton. Bij een productprijs van €900 per ton is dat een forse kostenstijging. Zonder decarbonisatie kan dit bedrag zelfs doorgroeien tot €2.000 per ton binnen tien jaar.

Ook ontstaat er marktverstoring. Sommige importeurs hebben hun CBAM-risico al ingecalculeerd en slaan nu grote voorraden in, vaak zonder directe prijsopslag. Andere partijen doen hetzelfde, maar zonder te beseffen dat een opslag onvermijdelijk is. Zij ontdekken pas in 2027 dat zij honderden euro’s per ton moeten afdragen. In dat scenario komt de continuïteit van het bedrijf serieus onder druk te staan.

Daarbij geldt: producten met een opslag van €500 per ton zijn moeilijk verkoopbaar zolang concurrenten hun prijzen laag houden door onwetendheid.

Tot slot is er een belangrijk compliance-risico

Zelfs wanneer je denkt met daadwerkelijke emissiewaarden te werken, kan een audit alsnog leiden tot afkeuring. In dat geval worden de waarden vervangen door standaard waarden, met directe financiële impact.

De conclusie is duidelijk: CBAM is geen administratieve bijzaak. Het vraagt om betrouwbare data, aantoonbare compliance en slimme automatisering.

Wil je grip houden op CBAM, risico’s beperken en kosten beheersen? Dan zijn Dubrink en Pincvision jouw betrouwbare partner voor CBAM-compliance, automatisering en inzicht.

Guest article | Dubrink

This article was written by Marcel Duits, Chief CBAM Officer at our partner Dubrink, a specialist in CBAM compliance.

Dubrink logo
27 jan. 2026 at 02:10
3 min
Laten we kennismaken!
+31(0)884321800
[javascript protected email address]